Phytophtora

   is de aardappelziekte die je niet kunt ontlopen.

De belangrijkste ziekte in aardappelen, de aardappelziekte, wordt veroorzaakt door de schimmel Phytophtora infestans.
Deze ziekteverwekker kan bij vatbare rassen in een tijdsbestek van 1 a 2 weken het loof volledig vernietigen.
Ook de knollen kunnen worden aangetast, waardoor deze verrotten en niet houdbaar zijn.
In de jaren ‘80 en ’90 heeft deze schimmel zichzelf vervangen door een veel agressievere soort. Bovendien is deze soort in staat sporen te vormen die langdurig in de grond kunnen overleven.
Alle rassen zijn meer of minder vatbaar voor "de ziekte" die rond 1850 in Europa zijn intrede deed.

De symptomen
De aardappelziekte kan bovengronds zowel het blad als de stengel aantasten.
Op de blaadjes ontstaan waterige, niet scherp begrensde vlekken van 1 – 2 cm doorsnee. Op deze vlekken kan bij hoge luchtvochtigheid en tijdige waarnemingen binnen enkele uren een dunne laag wit schimmelpluis ontstaan, meestal aan de onderzijde van het blad.
Phytophtora_024wuBinnen een dag wordt dit gedeelte van het blad bruin.
Aan de randen van de vlek groeit de schimmel verder tot dat het hele blad is aangetast.
Droogt deze vlek op dan is het moeilijk te onderscheiden van Botrytis.
Een eenvoudige test kan echter zekerheid geven of het om Phytophtora gaat.
Doe enkele aangetaste blaadjes in een plastic zak en doe er enkele druppels water bij. 
Leg de afgesloten zak op een warme plaats van 20 – 22 oC.

De volgende dag kan phytophtora worden herkend als er aan de onderkant van de blaadjes een wit schimmelpluis heeft gevormd.
Op een aangetaste stengel komen grote, langwerpige grauwbruine tot zwarte vlekken voor die later vaak de hele stengel omringen. 
De stengel breekt gemakkelijk op die plaatsen.
Stengelaantasting komt vaak voor in een jong nog niet gesloten gewas.
Knolaantasting komt vaak voor op vochtige gronden.
Op drogere zandgronden komt knolaantasting weinig voor.


Voorkomen – bestrijden
Zolang er geen resistente rassen zijn zal de bestrijding worden gericht op het voorkomen van de ziekte en zal men toch vroegtijdig moeten gaan spuiten.
Men ging er altijd van uit dat beginnen te spuiten pas nodig was als het gewas zich ging sluiten.
De bespuitingen moeten echter al beginnen als de eerste blaadjes verschijnen.
Tussen de rassen onderling zijn er grote verschillen in vatbaarheid voor Phytophtora van zowel het loof als de knol. Geen enkel ras is blijvend volledig resistent.
De kans op infectie wordt behalve door het ras ook bepaalt door de zwaarte van het loof en de weersomstandigheden.
Bij zwaar loof droogt het gewas langzamer op waardoor de omstandigheden voor de ziekte gunstiger worden en deze meer kans krijgt zich uit te breiden.
Men kan dus het beste zuinig zijn met stikstof zodat geen overtollige loofgroei ontstaat.

Bespuitingen
Men gaat er van uit dat de werking van een middel na 7 – 10 dagen is uitgewerkt.
Een flinke bui in die periode tussen 2 bespuitingen spoelt een gedeelte van het middel weg.
Men neemt aan dat een bui van 15 mm regen de bescherming van het loof met een dag verkort.
Bij grote groei van het bladoppervlak en gunstige omstandigheden voor de ziekte kan het
noodzakelijk zijn al na 5 dagen opnieuw te spuiten.
Opnieuw spuiten is bij ongunstige omstandigheden voor de ziekte niet nodig, het gaat dan om droge dauwloze nachten.
Deze spuitvrije periode mag echter niet langer duren dan 14 dagen.

Spuitmiddelen
Van deze middelen zijn er velen in de handel tegen schimmels in het algemeen en tegen phytophtora in het bijzonder. Deze middelen hebben niet hetzelfde effect als die van de professionele aardappelkweker.
Regelmatig beschikken zij over middelen die zijn aangepast aan de nieuwste ontdekkingen.
Hoe goed de middelen voor particulier werken zal afhankelijk zijn van hoe vroeg en hoe vaak men spuit.
Zonder spuiten komt er vaak niets van terecht en zeker niet op een volkstuin complex, het fabeltje dat vroege aardappels minder gevoelig zouden zijn voor de ziekte is echt een fabeltje.
Uit een onlangs gehouden wetenschappelijk onderzoek in Wageningen is vast komen te staan dat vroege aardappels juist gevoeliger voor de ziekte zijn dan late rassen.
Ondanks jarenlange veredeling is het niet gelukt een vroeg ras te ontwikkelen dat betere resistentie heeft tegen phytophtora dan de huidige rassen.
Bladeren aan de basis van de plant zijn vatbaarder dan aan de top en dat is ook de reden dat
vroegtijdig met bespuiten moet worden begonnen.
Duurzame resistentie kan alleen bereikt worden door in te grijpen in de genen.

Deze gegevens heb ik uit diverse publicaties gehaald op internet en vond ze meer dan interessant genoeg om ze hier samen te vatten.

Laatst vond ik nog de site :
http://www.agr.kuleuven.ac.be/vakken/i226/i226.asp
Meer dan het bekijken waard !